Telraameconomie

Op de 1000 meter sprint is het huishoudboekje op jaarbasis het snelst op orde te krijgen.
Onze gedoogde bruine regering is meester in de telraameconomie van simpelmens.
Niemand maakt mij nog wijs dat bruine ministers in beleidsmatige zin van mensen houden.

In 1998 (Berlijn) werd Jan Bos de eerste Nederlandse wereldkampioen sprint. Erben Wennemars herhaalde de prestatie in 2004 (Nagano) & 2005 (Salt Lake City).  En nu (2012, Calgary) hebben we Stefan Groothuis.

Overzicht persoonlijke toptijden.
500 m.     1000 m.      totaal
Jan Bos                            34.72      1.07.20      1.41.92
(Erben Wennemars)     34.68      1.07.33       1.42.01
Stefan Groothuis           34.55      1.06.96       1.41.51
Verschil o.b.v. looptijd van 14 jaar    0.17    0.24    0.41

In 14 jaar hebben ‘we’ dus op de 500 meter 17/100e seconde vooruitgang geboekt.
Op de 1000 meter 24/100e seconde.

De cruciale vraag is vervolgens waarop we gaan investeren om het optimale rendement te verkrijgen. In ieder geval niet in ‘Erben Wennemars’. De duit die hij in het zakje van de cijfers heeft gedaan, is feitelijk te vergelijken met een mazzeltje van de toevallige omstandigheden.

Enkele doorrekeningen.
Afstand                 in 14 jaar        per jaar              per meter           per meter per jaar
op 500 meter       0.17 sec.      0.01214 sec.      0.00034 sec.          0.000024285 sec.
op 1000 meter    0.24 sec.      0.01714 sec.      0.00024 sec.           0.000017142 sec.

Op jaarbasis geeft de 1000 meter het hoogste rendement (verschil: 0.005 sec.).
Op meterbasis daarentegen scoort de 500 meter het best (verschil: 0.0001 sec.).
Als we voor de tweedimensionale benadering kiezen, scoort de 500 meter beter dan de 1000 meter (verschil: 0.000007143 sec.).
Als simpelmens kunnen we ook besluiten om voor het meest aansprekende resultaat te gaan: 0.24 = gewoon meer dan 0.17.

En toen kwam het gedoogde bruine kabinet met ingrepen, zoals de Wet Werken naar Vermogen, de overheveling van delen van de AWBZ naar de WMO, de reductie van de sociale werkvoorziening met 70%, forse verhogingen van eigen bijdragen, enz. enz.
Beargumenteerd op basis van de banken-/overheden-/eurocrises, werden de rekensommetjes gemaakt en een telraameconomie van simpelmens geïntroduceerd.
Laten we het eenvoudig houden. In NL hebben we een half miljoen vacatures en meer dan een half miljoen werklozen. Ergo, alle werklozen kunnen aan het werk en als ze dat niet doen, is het toch gewoon kort- of langharig tuig van eender welke richel?
Of nog eentje, maar nu gebakerd in een ingewikkeld jasje. Als we het aantal SW-plaatsen met 70.000 reduceren en die capaciteit bij bedrijven onderbrengen, scheelt dat het verschil tussen de huidige subsidie per plek en de aanvulling die moet worden betaald op de vermarkte restcapaciteit. Gemiddeld ligt de restcapaciteit hoger dan 20% (zijnde de € 7.000 die nu per jaar bovenop de € 28.000 subsidie per fte uit de markt moet worden verkregen). Ergo: de subsidie kan wel worden gekort met € 5.000 per jaar. Dat scheelt 100.000 x € 5.000 = € 500 milj.
Maar laten we de realisering wel zo laag mogelijk in het overhedenstelsel leggen, dus bij de gemeenten. Zij staan immers het dichtst bij de regionale samenwerkingstructuren die voor de realisatie nodig zijn. Bij de gemeenten is deze subsidievermindering gemiddeld minder dan 6% van de gelden die van de centrale overheid worden verkregen, ergo een en ander kan worden gerealiseerd door middel van efficiencyslagen, zonder reorganisaties of systeemwijzigingen.

De centrale overheid doet z’n decentralisering- + bezuinigingsplas.
Den Haag is in meerderheid in z’n sas.
Gemeenten poetsen hun regiefunctie op met doffe, negatieve impact ontwijkende was.
Als overlevingsstrategie geven SW-bedrijven op het concept werk-/mensontwikkelbedrijf vol gas.
Een minderheid aan burgers pakken hun kans en zijn de demagogen van de neoliberale klas.
Een groeiende meerderheid aan burgers vindt: ‘Dat geeft geen pas’.
Ik zou willen dat de maatschappelijke opwinding over de ‘bruine maatregelen’ net zo groot als die over de tijden van Stefan Groothuis (of beter: DE TOCHT) was.
Breed ingezet sociaal ondernemen trekt de huidige malaise uit z’n eigen zak en as.

Gert Rebergen
deeltijdactivist

Advertenties

Over Grassroots Inclusion

In Grassroots Inclusion werken Geertien Pols en Gert Rebergen samen aan onderwerpen die te maken hebben met zeggenschap en handelingsruimte voor mensen die niet of onvoldoende in staat zijn een en ander zelf te organiseren.
Dit bericht werd geplaatst in Rendement, WSW en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Telraameconomie

  1. “Gert, de spijker ” vol op zijn kop” . Groet Cok van der Blom”

  2. Goedemorgen Gert,
    Wat kan ik toch genieten van de manier hoe jij naar de dingen kijkt en ze uitwerkt in een lezenswaardig artikel. Heel knap en dank je wel dat je het wilt delen.
    Hartelijke groet,
    Pieter Klein

  3. Jan Aalbers zegt:

    Beste Gert,

    Ook ik ben een simpelmens met een klein denkraam. Mijn conclusie is dat we beter kunnen investeren in het jong blijven van Jan Bos, want met zijn tijden van weleer kan hij heden ten dage nog steeds wereldkampioen worden. En hij kon dat toen – en wellicht nu nog – zonder een batterij aan verzorgers en andere hulptroepen. Deze simpelmens liet de plaatselijke meubelmaker twee plaatjes smeden, prutste die eigenhandig tussen schoen en ijzers en werd kampioen. Maar nu de WSW. Ben het met je eens dat het een kille kromme rekensom is die in de praktijk nooit zo zal uitwerken. We hebben het over een kwetsbare groep die niet op eigen kracht een plek verwerft op de reguliere arbeidsmarkt. Maar wat te denken van de som van de half miljoen werklozen versus een vergelijkbaar aantal vacatures? is daar niet veel meer te matchen? Wellicht moeten hoger opgeleiden dan op een lager niveau werken. Als Jan Bos als topschaatser niet eigenhandig het eenvoudige werk had gedaan, dan hadden we hem nu niet meer gekend en dan was zelfs de inspiratie voor deze column er niet geweest .

    • Dank voor je reactie, Jan.
      Ben het met je eens dat kille kromme rekensommen in de praktijk nooit uitkomen. Maar het leed (verstoring van opgebouwde zekerheden, armoedeval, schulden, sociale ontreddering, angst) dat op basis van de kille rekensommen en effectuering daarvan wordt geproduceerd, is er wel. En daarvoor dient de opsteller van de kille rekensom in het publieke domein verantwoording af te leggen.
      Ongetwijfeld zal een deel van de werklozen gematcht kunnen worden op betaald werk. De mate waarin werk als passend werk wordt betiteld, is daarbij van belang. De laatste twee jaar kom ik echter veel te veel mensen tegen die dolgraag willen werken maar dat niet voor elkaar weten te krijgen. Daartussen zit geen enkel lang- of kortharige tuig dat werkschuw genoemd mag worden. Ook hier is de eenvoud van de rekensom eerder een stigmatisering die onrecht doet aan vele mensen, dan een houdbare kwalificering.
      CU, Gert

  4. Gert, mooi stuk, vooral je dichtkunst is indrukwekkend.
    Laat ik net vandaag een column geschreven hebben over hetzelfde onderwerp, mn nav mijn ervaringen met het uit de bijstand trekken/ duwen van bijstandtrekkers.
    Zie na het weekend mijn blog op http://www.siebohakse.blogspot.com

Reacties zijn gesloten.