Storywatching; verhalen langs de weg.

Tussen A en B liggen verwonderende verhalen voor het oprapen. Verwondering geeft ruimte aan onderzoek maar ook aan fantasieën.

1. De brug.

In Zuid-Afrika, provincie Limpopo, ligt langs de N1 (snelweg van Pretoria naar het noorden) een brug. De brug ligt werkloos naast de weg en overspant het riviertje ‘Diep’.  De brug ligt slechts te wachten. Of nog even uit te rusten na gedane zaken.

2. Nagels en haren.

Pas op. Knip je nagels en haren alleen overdag. Nooit ’s avonds. De Tokoloshe (onzichtbare creatuur) verzamelt nagels en haar en geeft deze aan de traditionele dokter (Sangoma). De dokter maakt een mix met geheime middelen. En dat mengsel kan worden gebruikt voor hekserij.

3. Huis verlaten.

Huizen worden natuurlijk niet te koop gezet. Want de goden van de vorige bewoners zullen gaan vechten met de goden van de nieuwe eigenaar(s). Als je toch in andermans huis gaat wonen, hoor je ’s avonds en ’s nachts vreemde geluiden. En dingen bewegen spontaan. Een huis wordt verlaten en vanzelf afgebroken.

4. Prive terein

Ga naar: http://www.grassrootsbv.nl en kijk bij downloads voor de foto’s.

Gert Rebergen, storywatcher                                                                           26 november 2011

Advertenties
Geplaatst in Storywatching | Tags: , , , , , , , , , , ,

Muzieklessen op een middelbare school.

Interview met Laurens; over zijn muzieklessen op een middelbare school.
Vraaggesprek, 21 maart 2013.

==================================================================================

Vraag.
Jij bent muziekleraar aan een middelbare school. Je werkt met mavo- en gymnasiumleerlingen. Waaraan heb jij je te houden?
 
Laurens.
Ik moet mij als docent inzetten om leerlingen te helpen zich te kunnen uiten met kunstzinnige vormen, in mijn geval muziek. De overheid schrijft dat voor. Het gaat daarbij vooral om de oriëntatie op wat de overheid noemt: algemene kunst- en cultuurdisciplines. Leerlingen moeten leren:
– zich te presenteren;
– hun muzikale voorkeuren kunnen presenteren;
– luisteren naar muziek;
– enige achtergrondkennis van de muziek.
– zich met moderne audiovisuele middelen te presenteren.
Presentatievaardigheden zoals voor de groep praten / zingen / spelen, staan centraal.
De leerlingen praten mee over de kwaliteit en inhoud van de presentaties en beoordelen mee.
 
Vraag.
Stel: een leerling heeft zich verdiept in de metal van Disturbed. Past dat in de eindtermen?
 
Laurens.
Ja, dat past binnen de eindtermen. Maar het is slechts een onderdeel van de eindtermen.
In het eerste jaar doen we het project I-time; dat is een presentatie over eigen muzikale voorkeur, zonder afbakening van genres. De meeste leerlingen komen dan met de One Directions, Maroon 5’s en Kate Perry’s. Sommigen presenteren betere muziek zoals Het Goede Doel of Supertramp.
De toplaag komt bijvoorbeeld met Mozart. Dit komt feitelijk het meest voor op de hogere schoolniveaus. De leerlingen geven dan een presentatie in Powerpoint of Prezi. Ze vertellen iets over de betekenis van de muziek, beargumenteren inhoudelijk waarom die muziek hen aanspreekt. Ook laten ze hun lievelingsmuziek horen.
Dit is één project. Alle andere projecten zijn praktisch. De leerlingen krijgen een drumworkshop, een percussieworkshop, een bandopdracht en twee keer een individuele speelopdracht (voorspeeluur). Zo doen we per jaar ongeveer zes projecten.
Ik geef dus weinig cijfers. We doen veel. We trainen vaardigheden.
 
Vraag.
Wat wil de overheid precies dat de leerlingen wordt meegeven?
 
Laurens.
Alleen wat in die eindtermen is geformuleerd. Meer informatie van de overheid is er niet. De vijf kerndoelen gelden voor alle kunstzinnige vakken.
Dat heeft voor- en nadelen. Er is veel ruimte om zelf met invullingen te komen. Het nadeel is dat als een docent de lat voor zichzelf niet zo hoog legt, hij daarmee weg komt. Bij meer gedetailleerde eindtermen, moet er meer op gefocust worden.
 
Vraag.
Je ziet de leerlingen presenteren, je ziet hun muzikale voorkeuren, je hoort de kwaliteiten waarmee ze met muziek bezig zijn. Je ziet ook muzikale talenten, neem ik aan.
Heb je ruimte om daar iets in je lessen mee te doen?
 
Laurens.
Een voorbeeld. Atheneum 2, 31 leerlingen, bandopdracht in 7 groepjes. Het ging allemaal rommelig. Met name de leerlingen die bovengemiddeld presteren, kunnen door mij niet zo gemakkelijk allemaal op maat worden bediend. In de klas hebben we besproken wat we daar aan zouden kunnen doen. Als oplossing zagen we dat een deel van de klas aandacht zou krijgen. De andere leerlingen zaten achter in de klas zelf te werken en als dat, om welke reden dan ook, niet meer lukte, gingen ze naar hun plaats en luisterden naar de dingen die ik met het geselecteerde groepje aan het doen was. De week daarop zijn andere groepjes aan de beurt. Dat werkte heel goed.
Het is een oplossing in de sfeer van de didactische werkvormen.
 
Vraag.
Je ziet individuele verschillen in presentaties, verschillen in basisvaardigheden (drum, percussie), betere en minder goede instrumentbespelers met privéles en passieve genieters van muziek.
Wat kan je met die talenten?
 
Laurens.
Die indeling klopt. Het uitwikkelen van dat talent stopt als het project is afgerond. Soms is er hooguit nog een schoolbrede musical of zo, maar de getoonde talenten krijgen geen follow-up. In hooguit een paar jaar muziekonderwijs proberen we een basis te leggen voor verdere doorontwikkeling.
De vraag is wel hoe dat in een grotere klas voor elkaar te krijgen. Een docent is veel tijd kwijt aan de middelmaat (om het niet zo charmant te zeggen). De leerlingen die daar bovenuit stijgen, krijgen eigenlijk te weinig aandacht.
Eén uur muziek per week in klassen van 30 leerlingen, is veelal de praktijk. Dan moet je niet vragen om iemand die redelijk blokfluit speelt, persoonlijke aandacht te geven. Die krijgt al de nodige aandacht van haar privédocent. Zo’n leerling kan wel als ‘hulpdocent’ worden ingeschakeld. Dat idee is ook ingebracht als alternatief bij die rommelige les. Dat werkt fantastisch.
De leerlingen komen trouwens ook regelmatig na de les met vragen die verder gaan dan de lesstof.
 
Vraag.
Als we nou eens met de hele klas gaan kijken naar een verder reikend perspectief – een naschools perspectief. Kan je daar iets over zeggen? Wat zou het verder reikend perspectief voor die 30 mavoleerlingen kunnen zijn?
 
Laurens.
Ik benadruk met name voor 3FM-luisteraars vaak de stelling: hoe meer je weet van een vakgebied, hoe meer je ervan genieten. Hoe groter je oriëntatie in de muziek, des te meer je tot plezier kan komen. Bijna iedereen heeft namelijk iets met muziek.
 
Vraag.
Hoe zie je dat?
 
Laurens.
Over het algemeen zie je het al bij de deur. In de atheneumklas kan ik gerust een filmtrailer laten zien met klassieke pianomuziek. Een mavoklas kan ik laten horen hoe een muziekstuk anders kan klinken in een cover.
Het moeilijkste is het leren luisteren naar muziek. Leren luisteren is een langetermijnproces.
Omdat wij de leerlingen alleen in de onderbouw krijgen, doen we liever iets met muziek, presenteren en spelen, dan dat we luisteren.
 
Vraag.
Geef je weleens huiswerk op?
 
Laurens.
In begin wel, maar dat is dan ook toetsbare kennis. Daarna niet meer.
Ik heb wel een keer in een projectweek vijf totaal verschillende stukken muziek laten opnemen die ik zelf mooi vind. Toen heb ik de leerlingen gevraagd er ’s avonds naar te luisteren en er hun mening de volgende dag over te geven. Met name Pink Martini vonden ze wel rare muziek.
Leerlingen hebben snel een mening; dat is een voordeel.
 
Vraag.
Was er toen gelegenheid om er verder mee te gaan?
 
Laurens.
Het is zo beperkt. Ik heb niet de mogelijkheid gehad om er iets verder mee te doen.
Het blijft heel basaal. Leerlingen willen iets doen, niet zozeer nadenken over muziek. De cultuur op school is daar niet na. Dat vraagt om een langere-termijn-beïnvloeding. Het zou wel een mooie kans zijn om zoiets op te pakken.
Ik heb een keer een leerling gevraagd wat hij aan het beluisteren was. Het bleek een Amerikaanse singer-songwriter te zijn waarvan ik nog nooit had gehoord. De leerling had zich in die muzikant verdiept. Maar dat gebeurt veelal buiten de les om. Het is ook gaaf als ik ’s avonds twee mailtjes van leerlingen krijg die mij vragen hoe dat stuk van die Canto ook al weer heet, want zij wilden het aan hun ouders laten horen.
 
Gymnasium 1, 19 leerlingen, heb ik één jaar. Daarin zit een leerling die trompet speelt. Hem kan ik even aandacht geven maar heeft dan nog 40 minuten over in de les. Ik ben een keer naast hem gaan zitten en zag dat hij een boek had meegenomen. Dat is natuurlijk de dood in de muzieklespot, want je hebt op een gymnasium maar één uurtje, allen in het eerste jaar. Daarvan moet natuurlijk elke seconde worden benut, heb ik ooit geleerd.
Ik ben naast hem gaan zitten en heb hem gevraagd: wat zou jij er verder mee willen?
Hij zei: “Nou meneer, ik ben echt niet zo heel goed. Ik wil het gewoon als hobby houden en dat wil ik zo houden.”
Ik vroeg hem of hij wist dat er 300 jaar geleden fantastische trompetmuziek is gemaakt?
Nee dat wist hij niet. De leerling is er in een bibliotheek mee aan de slag geweest.
Het is stoer om op deze manier met leerlingen te werken.
 
Laurens Schneider – muziekdocent
Gert Rebergen – muziekliefhebber

Geplaatst in Muziek, Onderwijs | Tags: , , , , , , ,

Je eigen steunsysteem bouwen!

Hoe organiseer je je eigen steunsysteem? In tijd van nood leer je je vrienden kennen. Die waarheid is verrassend waar in tijden van nood. Zowel professionele steun, steun van familie, vrienden en buren is toegankelijk binnen bepaalde grenzen van tijd en type vraag en de grootte van je netwerk. Het komt neer op een krachtige organisatie, goed weten wat je zelf wel en niet wilt en daar je lijn op uitzetten. Een kleine kern van mensen goed op de hoogte houden zodat ze tijdig kunnen inspringen. Een grotere kern van mensen wel op de hoogte houden en laten weten welk type bezoek prettig is. Het netwerk van je beste vrienden gebruiken voor oplossingen. Er komt verrassend veel aan hulp boven drijven, zoveel dat je er verlegen van wordt. Hoe blijf je dan de baas over je eigen tijd en leven binnen de cohesie van jouw sociale groep?

Of de tegenkant, je netwerk is zo klein dat je vergeten wordt en wegkwijnt. Je kinderen wonen te ver weg. Je wilt je niet door de buurvrouw laten wassen. De angst van veel ouderen die nog niet veel hulp nodig hebben maar wel die tijd aan zien komen.

Wanneer je plotseling een levensbedreigende ziekte hebt, in een vechtscheiding terecht komt, als oudere senior op jezelf blijft wonen met hulp van kinderen, kleinkinderen en thuiszorg, je als ZZPer zonder inkomen een periode moet overbruggen, er een kink in de kabel van je mooie buitenkant komt, dan zoek je naar andere oplossingen, naar een vorm van medeleven waarin je niet verzuipt. Oplossingen moeten voldoen aan de regel dat je zelf aan het stuur staat en dat je tijdelijk hulp accepteert die je op dat moment nodig hebt en waar je ook wat tegenover wilt stellen.

In alle situaties ben je kwetsbaar en afhankelijk en wil je wel zolang mogelijk zelf de regie houden. Dan begin je met voor jezelf vast te stellen “hoe kom ik deze tijd door, wat wil ik zelf en wat wil ik vragen en aan wie dan?” Waar heeft een ander niets mee te maken en wat wil ik wel delen en met wie? Wat wil ik overlaten aan mijn helper? Dat vraagt om een soort sociale etiquette. Mensen moet je dichter bij je, als privé persoon toelaten dan je anders gedaan zou hebben.

Als je ernstig ziek bent wil je het niet speciaal over je ziekte hebben, maar meer over afleiding. Of je wilt juist alle pijntjes en medicijntjes delen met de buurvrouw. Of je ervaring met wat wel en niet heeft gewerkt. Ieder mens staat daar anders in.

Als je als ZZPer te lang tijdelijk zonder werk en dus inkomen zit, je opdrachtgevers erg laat betalen en je je droom van je bedrijfje nog niet op wilt geven, dan kun je misschien een tijdje volhouden dat het wel aardig gaat en ondertussen bij het scheiden van de markt de groente van straat rapen of de laatste restjes vis voor een habbekrats kopen. Als de kringloopwinkel je enige winkel en de voedselbank leeg is, je langs de weg je groente plukt omdat paardenbloemen ook gezond zijn. Als Vincent van Gogh zijn broer Theo niet gehad zou hebben.  Hoe organiseer je je steunsysteem om een barre tijd door te komen. Solidariteit met elkaar zoekt andere vormen. Want WW valt weg.

Als je oude ouders nog op zichzelf wonen met een beetje thuiszorg ongemerkt meer gebreken krijgen! Dan moet je als kinderen wel op bezoek. Dan besteed je daar wekelijks veel tijd en reisgeld aan om je oude moeder, vader, tante of oom nog eens mee uit te nemen op een wandeling en ondertussen de boodschappen halen. Als je het te laat merkt of niet zeker weet ben je bang dat je oude moeder toch de beschimmelde restjes van de soep, brood of iets anders op gegeten heeft.

Hoe organiseer je dan je steunsysteem? Zoeken naar antwoorden en oplossingen die werken, naar een krachtig persoonlijk zorgplan, omkijken naar steun in je directe en verdere omgeving met heldere begrenzing van dat wat je deelt. Klagen of dragen en er het beste van maken. Ontdek welke criteria je voor jezelf aanlegt en hoe die voor een ander zijn. Ontdek vooral hoe je met plezier voor elkaar krijgt dat je het goed regelt voor jezelf en je helpers. En wat je daar nog voor nodig hebt aan kennis of durf of ervaring.

Stelling: In de kwetsbare fasen in je leven kun je niet zonder hulp en steun van anderen. De omslag van professionele naar vrijwilligershulp is een omslag in organisatie en daarbij behorende steun in het organiseren van je eigen persoonlijk steunsysteem en de achtervang door de gemeentelijke overheid. Die vorm moet zich verder uitkristalliseren aan de hand van verschillende experimenten. Een cultureel gemengd ouderenpanel in elke gemeente  is hierbij onontbeerlijk.

Stelling: Burgers kunnen met elkaar slimmer de middelen besteden door opknappen en hergebruik van ondersteunende middelen als scootmobielen, rollators en andere ondersteuningsmiddelen.

Geertien Pols

Geplaatst in Begeleiding - dagbesteding, Empowerment, Participatieladder, Steunsysteem, WMO, Zeggenschap | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

Voorbij het Paternalisme in Zorg en Welzijn

Hoe kom je het paternalisme in zorg en welzijn voorbij? Welzijnswerk richt zich vanouds op opvangen en verheffen. Daarna kwam “de cliënt centraal” stellen. Toch wordt er ook nu nog voor of tegen iemands best wil gehandeld, besloten en geïndiceerd wat er gebeuren moet. Er zijn grenzen aan wat een ouder met zijn kind mag doen, en wat de hulpverlening daar weer aan kan doen. Als je op straat staat moet er wel zorg zijn, behalve als je geen recht hebt op verblijf L. Welke ruimte zit er tussen paternalisme en overleven of sterven? Wat hebben we als samenleving weg gedelegeerd? Waar wil je zelf als burger en als gemeentebestuur voor jezelf vooral verantwoordelijk zijn?

Veel zorg en welzijn is door de financiering aan strakke kaders en regels gebonden. Dat kader maakt uit wat je krijgt aan zorg en in hoeveel minuten per handeling. De handeling is inclusief het noteren en verantwoorden in slimme systemen met hele goede managers en controllers erachter, anders wordt het te duur. De achterdocht is dat mensen zich graag laten verwennen door mensen die graag zorg geven en dat de gemeenschap daarvoor te veel betaald. Dus dat kan anders! De tweede achterdocht nu is dat de prijs wordt opgedreven door die goede managers en controllers die zelf ook frauderen.

De cliëntenbeweging komt voor zichzelf op en toont aan hoe bevoogdend of betuttelend de hulpverlening en de kaders voor de financiering daarvan zijn. Patiëntengroepen en cliëntengroepen organiseren zich in tegenmacht. Zij zijn op hun thema vaak goed ingevoerd en op de hoogte van bijna alles wat er te weten valt over hun ziekte. Het www is hun grote bondgenoot. Burgers participeren in het besturen van het land door zich te organiseren in gelegenheidsgroepen, politieke partij, groepen die zich formeren als de zwerm van trekvogels met een losser verband maar wel zeer doelgericht.

De wetgeving maakt het mogelijk dat groepen cliënten en patiënten meespreken in de wijze waarop een instelling het aanbod organiseert en formuleert aan cliëntgroepen. Het geeft cliëntgroepen dezelfde rechten als een Onderneming Raad, de vertegenwoordiging van personeelsleden in een bedrijf. Er zijn een groot aantal goede voorbeelden te vinden waarin cliëntengroepen hun stempel drukken op de wijziging in beleid van een organisatie door gebruik te maken van hun rechten, desnoods via de rechter of het Europese Hof.

Cliënt centraal geldt niet alleen voor de zorg, maar ook voor het beleid. De bestuurder van de instelling die zorg levert moet daar nadrukkelijk rekening mee houden.

Waar de discussie gemist wordt komt er vanzelf vraag naar. Bijvoorbeeld de kosten van de medische zorg zijn sterk gestegen. Burgers moeten nu wel fysiotherapie betalen terwijl de kosten van ziekenhuizen ondoorzichtig zijn. Niet voor niets pleit Rogier van Boxtel voor rekeningen waarop inzichtelijk wordt, ook voor de patiënt, waar de zorgverzekering het ziekenhuis voor moet betalen. De patiënt wordt van lijdend voorwerp, een zieke waaraan verdiend wordt, een klant die de rekening gaat controleren.

Daarnaast zijn instellingen gericht op het behoud van reputatie en zullen in de sociale media vooral als betrouwbaar en goed te boek willen staan. Al deze bronnen vergroten de macht van de afnemers die voor diensten betalen. De tegenspraak krijgt vleugels.

Stelling: De macht van cliënten, cliëntenorganisaties heeft verdere versterking en professionalisering nodig om tot een goed evenwicht te komen tussen overheid, zorg en welzijn en burgers. In die balans kunnen schandalen eerder opgemerkt worden.

Geertien Pols

Geplaatst in AWBZ, WMO, Zeggenschap | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Zelfwerkzaamheidsinitiatieven.

Hoe kan de overheid beginnen met een platform voor zelfwerkzaamheidsinitiatieven? De overheid heeft met de WMO het initiatief bij de burgers en organisaties neergelegd en de verwachting uitgesproken dat zij “het” zelf gaan doen. Adviseurs en hun organisaties richten hun pijlen op de overheid om van daaruit de nieuwe werkelijkheid vorm te geven. Want waar zit hun verdienmodel nu de overheid taken afstoot? Wie pakt op wat er afgesloten wordt? Hoe gaan burgers zich organiseren nu hèt niet meer voor hen gedaan en betaald wordt?

Opbouwwerk en buurtwerk en activiteiten als “Straatafspraken” zoals ” hier groeten wij elkaar!”, dat gaat nu voorbij. Als er iets in zit dat burgers willen behouden, dan zullen we dat wel zien als het gelukt is. De Overheid trekt zich terug op de wettelijke kaders en daaruit voortvloeiende taken op het gebied van sociaal economische zekerheid en de instituten die bij die taken horen. De taken worden verkaveld tussen de bestuurslagen. Dat geeft een grote impuls aan de sociale cohesie in buurten en wijken, aan empowerment van burgers. Zij gaan het nu immers zelf doen! Cohesie omdat je bij elkaar te rade gaat als je iets wilt weten of hulp nodig hebt. Een goed voorbeeld van een bruisend netwerk van zelfwerkzaamheid is  http://www.makersendoeners.net/.

Sinds 2006 is op www.marktplaatsvrijwilligezorg.nl. een platform ontstaan voor burgers die elkaar willen helpen. Nu is dat www.vrijwilligerswerkrotterdam.nl   geworden per 1-1-13. Deze sites kunnen je inspireren. In deze voorbeelden zie je dat burgers zich hergroeperen in kleinere verbanden waarin zij elkaar ondersteunen. In kerken èn moskeeën èn sportkantines kun je met elkaar koken en / of  eten en “doe je” de manier waarop je met elkaar om wilt gaan. In straten en buurten kun je op de lege hoekjes en de velden die nu braak liggen groenten en fruit inzaaien dat je kunt oogsten en opeten. Want de grond is wel gekocht door de gemeente, door ons allen dus, voor de bouw van woningen die niet gebouwd hoeven te worden. Dat schept ruimte voor ander gebruik. De droom van groter groeien is uit elkaar gespat en met dat wat voor handen is gaan we met elkaar aan het vernieuwen op een duurzame manier.

Coöperaties worden georganiseerd door mensen die duurzame energie willen gebruiken en dat zelf gaan regelen met zonnepanelen of windmolens. In buurten waar koophuizen staan zullen buren met elkaar de sfeer bepalen omdat een slechte sfeer de huizenprijs doet dalen. In huurhuisbuurten zal de corporatie afspraken maken met huurders en eigen maatregelen treffen in het beheer van de wijk. Als je er niet bij past, verhuis je toch.             

Kinderen van oude ouders (vijftig plussers) zoeken elkaar op om met elkaar zorg op maat aan hun ouders te geven, elkaar daarin bij te staan. Ook om de thuiszorg zodanig in te kopen dat het aan de normen van ouders en hun al gepensioneerde kinderen voldoet en aansluit op de mogelijkheden van de kinderen. Idem voor andere leeftijdsgroepen.

Gemeenten nemen hun rol op zich met een andere vorm van regie die past bij de mondige burgers die we ondertussen in Nederland hebben. We kijken de kunst af bij groepen nieuwe Nederlanders die nog steeds zo in sociale cohesie leven. We geven het een facelift met de moderne gemakken van deze tijd.  Tegelijk zal bepaald aanbod verder afgebouwd worden omdat de zorg in al die bejaardenhuizen te duur wordt.             

ZZPers organiseren hun kringen van collega’s met een daarbij horende vorm van sociale steun zoals die waar vroeger de “DEL” (= draagt elkanders lasten) of de Coöperatie uit voort is gekomen. Internet is een machtig middel daarbij en de blogs en trainingen vliegen je om de oren. Via internet organiseren buurten hun supportsysteem.                                   

Universiteiten richten zich op innovatie en gemeenten zullen daar ideeën vandaan halen over de manier waarop zij met technische middelen eenvoudig kunnen besturen. Groepen burgers zoeken daar innovaties om nieuw werk van te maken. Droom of werkelijkheid? Dat zoeken we op in het platform voor zelfwerkzaamheidsinitiatieven.

Stelling: De verwachting dat groepen zichzelf organiseren in cohesief verband en daar je beleid op baseren en bezuinigingen op inboeken, is riskant gedrag. Op zoek naar de start van initiatieven. Welk overheidsgedrag van de gemeente past daarbij? Welk besmettelijk gedrag kunnen we detecteren bij gemeenten en burgerinitiatieven die tot het gewenste succes leiden?  

Geertien Pols

Geplaatst in Empowerment, Participatieladder, WMO, Zeggenschap | Tags: , , , , , , , , , , , , ,

WMO voor alle bevolkingsgroepen?

Kan de Overheid, streng gevolgd door het populisme, ontspannen omgaan met migrantengroepen binnen de WMO?

Plotseling was er door een bericht in de NRC een gerichte publicitaire aanval op Turkse moskeeën met een internaat. Daarbij ontkwamen politici, ambtenaren en overheidsdiensten ook niet aan kritiek. Zij hadden immers niet eerder ingegrepen en dus geen weerwoord tegen de publicitaire kritiek. Een inkijkje bij deze groep burgers toont dat zij het beste voorbeeld van WMO handelen avant la lettre zijn. Hoe pak je dit op een ontspannen, resultaatgerichte, effectieve en vrolijke manier aan? Een manier waarbij gezichtsverlies omkeert in beeldvorming van krachtdadig handelen?

In de jaren ’60 van de vorige eeuw kwamen grote groepen migranten naar Nederland. Zij vestigden zich bij industrieën en deden daar vuil en vies werk. In de haven maakten zij bv als classificeerder tanks schoon. Zij woonden in de kleine huisjes die Nederlanders verlieten voor eengezinswoningen in de tuinsteden. De vrouwen kwamen over en een nieuwe generatie werd in Nederland geboren.

Elke bevolkingsgroep heeft zijn eigen vormen van bij elkaar horen. Mijn geëmigreerde Achterhoekse familie woont in Canada bij elkaar in de buurt. Zij helpen elkaar aan werk of door een moeilijke periode heen. Zij bouwen hun scholen en kerken met elkaar. De derde generatie gaat er nu naar de Universiteit. We bezoeken elkaar over de oceaan heen om het contact met “the family roots” te behouden terwijl zij daar blijven en wij hier. Met Facebook gaat het contact houden nog makkelijker. Tegelijk integreren ze goed in de Canadese samenleving.

Ergens nieuw binnen komen doe je met je eigen geschiedenis en gewoonten. Als je in Turkije naar de vervolgschool moet is dat een te lange reis. Dan is een internaat in de stad handig om te wonen en te leven. Waarom zou je bekende gebruiken die altijd resultaat hebben gehad hier overboord zetten? Vooral wanneer het positief uitpakt op de goede schoolresultaten van kinderen, de belangrijkste drijfveer van de hele Turkse gemeenschap?

Het populisme drijft angst voor extremisme aan waardoor beide vormen groeien. Daardoor sluiten de rijen zich. Je kunt je daarvoor als eerste impuls als hier nieuw binnengekomen  bevolkingsgroep beschermen door je meer op je eigen groep te richten, zo veel mogelijk te voldoen aan alle eisen, regels en voorwaarden voor zover je die kent. Dat laatste is lastig omdat veel nuances in de taal en het nieuws je ontgaan.

De ambtenaren in Rotterdam hebben jarenlang alle controles gedaan van de moskee. De politici moeten nu erin duiken om regels te stellen met voorbijgaan aan de geschiedenis. Politici worden hinderlijk gevolgd door de journalistiek. Een ambtenaar wordt geslachtofferd omdat hij lekt naar de pers. Wellicht zijn er nog meer schandalen verstopt achter de bescherming van het overheidshandelen. Waar gaat het dan over? Welk leiderschap zien we?

Het wordt tijd dat het andere beeld getoond wordt, een beeld van de WMO gedachte, van de sociale cohesie en het elkaar bijstaan. Het beeld waar we collectief naar op zoek zijn in Nederland. Een cohesie waar elke bevolkingsgroep met eigen geschiedenis en gewoonten kan invoegen en we met elkaar een sterkere gemeenschap gaan vormen binnen Nederland.

Stelling: De cohesie van nieuw binnen gekomen bevolkingsgroepen is goed te benutten in de WMO. De overheid(scultuur) dient zich daarop af te stemmen,  de wederzijdse aanpassing van bevolkingsgroepen te bevorderen om  tot goede wederzijdse integratie te komen.

 Doet u mee in deze tocht van vrolijke WMO verrassingen?

Geertien Pols

Geplaatst in Rendement, Uncategorized, WMO | Tags: , , ,

Het grote burgervertrouwen.

Het grote burgervertrouwen in de Rijdende Rechter in de regio; of Wat kan de overheid leren van de functie invulling van meneer Mr Visser.

Dinsdag en vrijdag verzorgt de NCRV een uitzending waarin burgers vragen om een juridische uitspraak over zaken waarin zij denken in hun recht te staan. Vaak eindigt een zaak in een uitspraak die geaccepteerd wordt door beide partijen en hun sociale netwerk dat daarbij aanwezig was. Wegmasseren met respect en zonder gezichtsverlies.

Dicht bij de plek waarover de ruzie met de ander gaat komen de burgers met hun conflict bij elkaar en leggen hun verhaal en meningsverschil voor aan de rijdende rechter. Beide partijen krijgen de gelegenheid de kern en details van de zaak toe te lichten inclusief de emoties die daarbij spelen. Daarna volgt soms een bezoek op locatie en daarna is er uitspraak.

Als je goed kijkt dan gaat het hierover:

  1. de rijdende rechter luistert heel erg precies en goed
  2. hij geeft de beide partijen het gevoel dat hij begrijpt waar de pijn zit aan beide kanten
  3. beide partijen voelen zich gehoord en erkend in hun verhaal en gevoel
  4. de beide partijen horen en merken ook waar er iets wringt en krijgen zo ook een gevoel dat er bewogen moet gaan worden ook aan hun kant. Daarbij krijgen zij support van hun eigen familie en vrienden die meegekomen zijn. De steun van dat sociale netwerk is cruciaal om de draai te kunnen maken.
  5. Later volgt de uitspraak waarin nog weer eens aan beide partijen wordt uitgelegd hoe het was en wat daarover in de wet staat. Dan volgt er een uitspraak waar de beide partijen het mee moeten doen. Langdurige conflicten worden zo besloten. Er is een momentum om een nieuwe start te maken.

Waarover gaan de conflicten?

Ruzie en conflict in de directe sociale relaties, dus partner, familie, buren is met 41 % de hoofdmoot van de 4073 zaken die op de website van de Rijdende rechter te vinden zijn.

Conflicten over bezit, huur en koop of verkoper-klant over verkochte goederen 18 %; tussen werkgever en werknemer  6,5 %; Burger overheid  9 %: Overige zaken  11 %

Wat betekenen deze cijfers voor de overheid?

De overheid gaat meer en meer zaken terugleggen bij de burgers zelf in hun familie en vrienden en burenkring. Dat noemen we  sociale cohesie. Dat heet Eigen Kracht of Burgerkracht gebruiken. Dat betekent dat conflicten in de sociale netwerken echt verholpen moeten worden waardoor burgers in hun omgeving ook in staat zijn om die bijdrage aan de samenleving te leveren.

Hoe beter mensen met elkaar op kunnen schieten in hun buurt, hoe plezieriger het is, en ook hoe beter de beleidsdoelen van de overheid gaan lukken. Maar ook hoe meer van deze zaken helder en met gevoel voor de mensen  die zich te kort gedaan voelen  aangepakt worden, hoe groter het vertrouwen in de overheid zal worden. De toegang tot het recht is dichtbij en je voelt je begrepen ook al krijg je niet helemaal gelijk.

Wat kan de overheid leren van de Rijdende Rechter?

De overheid kan meer “rijdende rechters” inzetten in buurten en wijken met dit profiel. Rechters die op tijd in conflicten luisteren naar beide partijen, feitelijk de situatie bekijken, alvast wat de opvattingen van de betrokken burgers gaat oprekken om ook begrip voor de ander te krijgen. De tijd ervoor nemen om mensen de draai te kunnen laten maken. De sociaal juridische dienstverlening zal ondersteund door de rechter  daarmee een krachtige rol kunnen vervullen in buurten en wijken.

Wat levert dat de gemeenschap op?

Een samenleving waarin relaties, gebaseerd op waarden en normen en identiteiten worden gedeeld en onderling verband hebben.

Dit is een toepassing van het begrip Sociale Kwaliteit

Sociale kwaliteit is de mate waarin mensen in staat zijn te participeren in het sociale, economische en culturele leven, in de ontwikkeling van hun gemeenschap, zodanig dat dit doorwerkt op hun welzijn en zelfrealisatie, waardoor zij ook weer invloed uitoefenen op de condities van hun bestaan.

Definitie is geformuleerd door  Prof. J. Wolf, hoogleraar maatschappelijke zorg. De definitie is gebaseerd op het Europees en Aziatisch en Australisch onderzoek naar de condities voor sociale kwaliteit in de samenleving. http://www.socialquality.org

Grassroots Inclusion

Geertien Pols

Geplaatst in Empowerment, Rendement, Zeggenschap | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

CBR & Qaly.

Er was eens …. echt waar …. een vrouw van 81 jaar, alleen wonend, met beide armen en benen in de wereld staand en mobiel dankzij de trein en haar auto. De regel is dat autorijders op zo’n leeftijd medisch worden gekeurd, omwille van de veiligheid op de weg. Een goede zaak.

Mevrouw Anna is in haar leven nauwelijks ziek geweest. Een half jaar geleden echter heeft ze een kleine tia gehad en even daarvoor was ze geopereerd vanwege staar. De ouderdom komt soms met enig ongemak. Gelukkig was het leed snel geleden. De staaroperatie is 100% gelukt en de effecten van de tia zijn nihil. Mevrouw Anna is gestopt met roken en loopt er weer vierend en fluitend bij. De behandelingen zijn twee maanden geleden stop gezet. Er is immers niets meer aan de hand.

Afgelopen week een brief van het CBR ontvangen. Of mevrouw Anna zich maar even wil laten keuren door een onafhankelijke neuroloog en oogarts à raison van respectievelijk € 225, – en € 60, -. De kosten komen voor eigen rekening. Overigens dient mevrouw Anna er rekening mee te houden dat een positief resultaat slechts voor één jaar kan gaan gelden. Ook vorige week ontving mevrouw Anna haar inkomstenstrookje. Viel behoorlijk tegen, in vergelijking met de AOW in de maand december. Financiele crisis, hè. Dat begrijp je natuurlijk wel.

Mevrouw Anna heeft besloten om de auto weg te doen. Ze is zeker geen gevaar op de weg, maar die keuringskosten voor één jaar kan en wil ze niet betalen. Bij langere afstanden reist ze al jaren met de trein. De auto staat voor korte(re) ritjes voor de deur. Mevrouw Anna doet regelmatig leuke dingen met haar kleinkinderen en daar wil ze niet op bezuinigen. Het kan allemaal niet meer uit.

Het ministerie VWS heeft gereageerd. “Het is schrijnend om te zien hoe de financiele crisis op mensen inwerkt. Ook de overheid voelt mee met Mevrouw Anna. Het voordeel van deze toepassing van het principe ‘de vervuiler betaalt’ is wel dat de kosten van de gezondheidszorg nu en op termijn fors zullen dalen. Want de kosten van de rijvaardigheidskeuringen zijn neergelegd bij de burger, daardoor worden ouderen minder mobiel, daardoor blijven ouderen meer binnenshuis, daardoor ontstaat er meer sociaal isolement, daardoor neemt de levensverwachting af. En als we dat voordeel doorrekenen met de Qaly, hebben we minder investeringen in de gezondheidszorg nodig om de zorg betaalbaar te houden. De maatregel heeft dus een direct en een langere termijn effect. Maar met Mevrouw Anna blijven we als overheid meevoelen.”

Gert Rebergen (deeltijdactivist)

Geplaatst in AWBZ, CBR, Qaly, Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , ,